Tijdens een recente hoorzitting in het Vlaams Parlement over open standaarden en API’s voor lokale besturen bleef die uitspraak bij mij hangen.
Natuurlijk digitaliseren we niet om systemen met elkaar te laten praten. We doen dat om onze overheid beter, efficiënter en toegankelijker te maken.
Maar interoperabiliteit dan “geen doel op zich” noemen, vind ik toch iets te gemakkelijk.
De conceptnota (KLIK HIER) aan de basis van diezelfde hoorzitting is daar trouwens behoorlijk duidelijk over. Open standaarden worden er essentieel voor overheden genoemd omdat ze zorgen voor interoperabiliteit, toegankelijkheid en efficiënte gegevensuitwisseling.
Meer nog. De nota stelt vast dat lokale besturen vandaag nog altijd betalen om toepassingen met elkaar te laten communiceren, dat leveranciers daardoor veel macht in handen hebben en dat sommige gegevens niet zomaar beschikbaar worden gemaakt voor andere toepassingen. En vervolgens staat er iets wat voor mij nog belangrijker is. Lokale besturen moeten de controle behouden over hun lokale software.
Daar gaat het uiteindelijk over! Dertien jaar geleden vertrokken we met VlaVirGem al vanuit dat principe. Lokale besturen hoeven niet allemaal dezelfde software te gebruiken en de overheid moet ook niet zelf software willen bouwen. De markt moet kunnen ondernemen en innoveren. Maar toepassingen, data en digitale bouwstenen moeten wel volgens gemeenschappelijke afspraken kunnen samenwerken.
Het doet me dan ook plezier dat lokale besturen, Vlaanderen én steeds meer marktspelers vandaag die principes onderschrijven. Blijkbaar waren ze dertien jaar geleden nog niet zo gek.
Alleen krijgen begrippen als open, interoperabel en ecosysteem soms een wat andere betekenis naargelang wie ze gebruikt. Dat is menselijk en voor een commerciële speler zelfs begrijpelijk. Maar het toont vooral waarom onafhankelijke regie nodig is.
Een API maakt een oplossing immers nog niet open. Een standaard onderschrijven maakt ze nog niet interoperabel. En keuzevrijheid bestaat pas wanneer een lokaal bestuur ook daadwerkelijk kan veranderen zonder zijn data, koppelingen en opgebouwde werking mee te moeten vervangen.
Opvallend genoeg gaat de nota daarin behoorlijk ver. Ze noemt een decretale verplichting rond open en gestandaardiseerde API’s zelfs “absoluut noodzakelijk”.
Dan lijkt mij de discussie niet langer óf we interoperabiliteit nodig hebben. De echte vraag is wie de afspraken bewaakt en ervoor zorgt dat ze ook in de praktijk worden toegepast.
Daar ligt voor mij vandaag opnieuw de essentie van VlaVirGem. Niet bepalen wie de oplossingen bouwt, maar zorgen dat wat publiek en privaat gebouwd wordt ook werkelijk samenwerkt.
Interoperabiliteit is misschien geen einddoel. Maar ze is wel een basisvoorwaarde.
En als we zelfs onze basisvoorwaarden geen doel meer durven noemen, moeten we ons misschien afvragen waar we dan precies naartoe willen?
SOURCE / BRON - KLIK HIER naar de originale LinkedIN post van onze CEO Eddy Van der Stock.