Data is overal en het is zowat het belangrijkste gesprekonderwerp binnen de digitale transformatie. Lokale besturen hebben vandaag nog meer toegang tot cijfers, dashboards en rapporten dan ooit tevoren. En toch blijft het gevoel hangen dat we er nog niet echt mee sturen.
Datagedreven werken stond de voorbije jaren hoog op de agenda. De tools zijn geïmplementeerd, de ambities uitgesproken, de eerste dashboards gebouwd. Op papier klopt het verhaal. In de praktijk is het vaak minder evident.
Je merkt dat cijfers wel beschikbaar zijn, maar niet altijd dezelfde taal spreken. Dat inzichten er wel zijn, maar niet vanzelf hun weg vinden naar beleid of beslissing. En dat dashboards soms meer bestaan om te bestaan, dan om echt gebruikt te worden.
En ergens hoor je dan die ene zin die blijft hangen: “We hebben een dashboard voor alles… behalve voor de beslissingen die we moeten nemen.”
-/-
Het is een boutade, maar wel één die raakt. Want het probleem zit zelden in de technologie. Het zit in hoe we ermee omgaan. Data zit verspreid over systemen, definities verschillen van dienst tot dienst en het eigenaarschap is vaak onduidelijk. Iedereen kijkt naar cijfers, maar niet noodzakelijk naar dezelfde werkelijkheid. Daardoor ontstaat een vreemde situatie. We beschikken over meer informatie dan ooit, maar de zekerheid om er beslissingen op te baseren groeit niet in dezelfde mate mee.
-/-
De volgende stap zal dan ook niet liggen in nog meer tools of nog meer dashboards. Het zal gaan over afspraken maken, over helderheid creëren en over het durven bouwen aan een gedeeld beeld van de realiteit.
-/-
Want uiteindelijk begint datagedreven werken niet met data, maar met vertrouwen. En zolang dat vertrouwen ontbreekt, blijft data iets waar we naar kijken… in plaats van iets waar we op sturen.